www.ansluiken.nl 
 
header
 
Het stadje Grol verzonken in de tijd
 

GESCHIEDENIS VAN DE NOTENBOOMSTRAAT

 

 Gerrit Buijting attendeerde mij op enkele  nostalgische sites. Klik op de links en ga mee terug in de tijd:

Groenlo in vroeger tijd

en

de school van vroeger

Bronnen: Kroniek van Goenlo., W Vemer. Derde druk

De vestingstad Grol, drs. J.E. van der Pluijm, 1999

De Grolse Gracht, van verdedigingswek tot viswater, Erik Mentink.

Kadastrale Atlas Gelderland 1832, werkgroepp kadastrale Atlas Groenlo en Lichtenvoorde/ K. van der Hoek; H.G.Nijman.

Gesprekken met Joep van der Pluijm en Roy Oostendorp, bewoners en voormalige bewoners van de Notenboomstraat.

foto's : o.a coll. Eduard Smit. Links naar de Beeldbank van het Stadsmuseum.

De Notenboomstraat behoort tot de oudste straten van Groenlo. Lang geleden,  tegen een heuvelrug die van Aalten naar Eibergen loopt, lag,  in een bocht van het riviertje De Slinge, waarschijnlijk beschermd door een halvemaanvormige hoge wal, een oeroude nederzetting,  Grunloh geheten.

 

De naam Groenlo refereert waarschijnlijk aan een groen  loo, groen bos, dat in de buurt lag op hoger gelegen grond. (Germaans  Grõni- "groen" + lauha- "bosje op hoge zandgrond"). Dit is ook een verklaring voor het oude wapen van Groenlo: een groene boom. In de loop der tijden treft men verschillende namen aan in boeken en op kaarten, zoals "Groenlo", "Groenloo", "Groonlo", "Gronlo", "Grol". De naam Groenlo is gebleven, terwijl in de volksmond "Grol", vereeuwigd door Vondel in zijn gedicht over de verovering van Grol, is blijven voortleven.

  
 Groenlo is gesticht aan de hoge kant van het riviertje de Groenlose Slinge Aan deze kant van de rivier lagen diverse essen. Een aantal van deze namen komen nog terug in het hedendaagse Groenlo, zoals de Oosteresch en de Hartrijze. De noordzijde van de Groenlose Slinge was een lager gelegen gebied. Voor de rest lag rondom Groenlo een aantal moerassen, waarvan de meeste in de loop der eeuwen zijn ontgonnen.

Volgens de overlevering zal de kern, de brink, om de Oude St. Calixtus op de markt gelegen hebben.

  
 
  

Groenlo - In de herfst van 2010 zijn bij een archeologisch onderzoek in de toekomstige woonwijk De Woerd in Groenlo zeer bijzondere vondsten gedaan. Zo werd een graf ontdekt, daterend uit minstens 2000 voor Christus.

 foto: Gemeente Oost-Gelre 
 

Ook werden voorwerpen uit de IJzertijd gevonden. Eind augustus is een eerste archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Woerd te Groenlo. Tijdens dat eerste onderzoek in de Woerd zijn er enkele spectaculaire vondsten gedaan.
In één van de sleuven is een enkelgraf aangetroffen daterend uit het Laat-Neolithicum (2850 - 2000 voor Chr). In het graf werden twee vuurstenen klingen en een hamerbijl aangetroffen. Vondsten uit, waarschijnlijk, de Enkelgrafcultuur zijn relatief zeldzaam.

 dhr. Ballast van de gemeente Oost-Gelre

 
 De vooral in Noord-Nederland en Noordwest-Duitsland voorkomende Enkelgrafcultuur wordt gedateerd tussen 2800 en 2400 v.Chr. Het is een regionale variant van een veel grotere cultuurgroep die zich uitstrekte van Scandinavië tot in Midden-Europa. Van de omvang en vorm van de nederzettingen in Noord-Nederland uit deze periode is, met uitzondering van West-Friesland, vrijwel niets bekend. Voor Groenlo is het dus een zeer bijzondere vondst.

  
 In dezelfde sleuf als het graf is ook een aantal sporen gevonden waarvan een deel gedateerd wordt in de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) en een deel in de Vroege Middeleeuwen. (725 - 900 na Chr.)

 sporen van funderingspalen boerenwoningen

 
 In een andere sleuf werd een drietal paalsporen op rij aangetroffen. Haaks op het meest westelijke paalspoor bevond zich een naar het noorden gericht greppeltje. De sporen lijken onderdeel uit te maken van een structuur die op basis van het aangetroffen aardewerk mogelijk uit de IJzertijd dateert. Het gebied in en rond het huidige Groenlo is dus wellicht al vroeg bewoond geweest.

 aardewerk uit de ijzertijd

 
 Omdat het proefsleuvenonderzoek bijzondere vondsten heeft opgeleverd liet het College van B&W van Oost Gelre een vervolgonderzoek uitvoeren. Dit onderzoek is 25 oktober 2010 gestart en nam een kleine 3 weken in beslag. 

 gereconstrueerd boerderij uit de ijzertijd

 
 Uit vergelijkend wetenschappelijke onderzoek weten we nu vrij nauwkeurig hoe de oorspronkelijke bewoners van Groenlo woonden, hoe zij hun doden begroeven en welke voorwerpen ze gebruikten.
 doorsnede "los hoes"uit de ijzertijd. 

Oorspronkelijk liep de Slinge langs het tegenwoordige “Jongensstad” , recht langs de Wheme en de Barakkenplas, op de latere “Kanonswal” aan, vandaar met een scherpe bocht naar links (dit zou de bocht in de Notenboomstraat kunnen verklaren) en dan weer (bij drogist Ethos) rechts naar de sluis van de watermolenkolk tussen het dierenparkje bij de Halve Maan en de Borculoseweg.   Verondersteld  wordt dat de Notenboomstraat deel uitmaakte van een halve cirkel bestaande uit Wheme, Brandewijnsteeg , Rabeldersteeg, Ganzenmarkt,   Goudsmitstraat en de Notenboomstraat zelf.   De eerste bewoners groeven  “straten” uit in het zand . Dit zand werd naar achteren gegooid en toen werden de huizen gebouwd. Wat je nu na eeuwen nog kunt waarnemen is dat de vloervlakken van de huizen naar achteren toe omhoog liepen. Soms was het hoogteverschil wel 40 cm.Toen in 2002,  in  het huis op nummer 6, een achterdeur werd aangebracht  om een vluchtuitgang  naar het “grupje” aan de achterzijde van het pand mogelijk te maken bleek het hoogteverschil wel meer dan een halve meter. Zo'n grup tussen de huizen was eeuwenlang een nauw gangetje  waardoor regenwater en mest werden afgevoerd naar de straat. De straat was dan ook een open riool.

Aangenomen wordt dat aan de buitenzijde van deze kleine nederzetting Grunloh een aarden omwalling lag, die bij behoeft aan uitbreiding van de “stad” naar buiten toe steeds werd verlegd. Ongeveer op de plaats van de Oude Calixtuskerk aan  de Markt zal omstreeks 900 wel een houten kerkje van doorgezaagde eikenstammen zijn opgetrokken, evenals elders toen gebruikelijk was.

Rond de kerk werden houten huizen opgetrokken. In de zeer schaarse geschiedenisboeken uit de middeleeuwen komt in 1188 de naam Grunloh of Grönlo het eerst voor en in 1234 krijgt Groenlo stadse allures. Gestadig groeit uit de oude nederzetting van hout en leem, als gevolg van de toenemende welvaart  een stad.

 

Aan sommige huizen , de meeste overigens gebouwd na grote branden in de zeventiende eeuw. is nog te zien dat deze een vakwerkconstructie hadden en dat de ruimtes tussen de balken waren opgevuld met een vlechtwerk van twijgen opgevuld met leem.

Later werden die ruimtes opgevuld met metselstenen.

De gevelsteen "In de Stat van Grol” die zich in het stadmuseum  bevindt, laat duidelijk van die vakwerkhuisjes zien. De muren waren toen ongetwijfeld nog van vlechtwerk, dat met leem was aangesmeerd, een voorloper van het gewapend beton.

 

het pand van schilder Abbink na afbraak van Café Weeing.

 

 
 
 In de loop der eeuwen groeide Groenlo uit tot een sterke vesting. Op de oudst bekende kaart van het grondgebied van Groenlo (1538 of eerder ) zien we de stad Grolle in panorama-aanzicht getekend. Vermoedelijk op de plaats van de latere “kanonswal” is in de Slinge een (schier-) eiland weergegeven. 
bovenstaande kaart bevindt zich in het Rijksarchief te Artnhem (RAG), algemene kaartenverzameling, als reproductie ook te zien in het stadsmuseum van Groenlo en is afgebeeld in het boek "DE VESTINGSTAD GROL IN DE KAART GEKEKEN" door drs. J.E. van der Pluijm op pagina 23 
  
  
 1554: In de bouwrekening van de vestingbouw te Groenlo uit het jaar 1554 is er sprake van het vervoer door ingehuurde vrachtrijders van stenen  van Winterswijk naar Groenlo. In het  nieuwe boek van Joep van der Pluijm wordt daarover de volgende passage opgenomen: 'Een aantal vrachtrijders uit de omgeving van Groenlo vervoerden samen met hun consorten en hun paarden en wagens dit jaar tegen betaling (buiten het door de steenbakker betaalde vervoer) ruim 700.000 stenen van de in de steenovens (in de buurt van de Koerboom )  gebakken stenen naar het werk te Grol. Jan Welsinck heeft 40 vrachtrijders, die elk een vracht stenen van Winterswijk naar Grol hadden gebracht, te ontbijten gegeven. Voor een andere groep van 50 vrachtvrijders, die ieder eveneens een vracht stenen naar Grol hadden gebracht, heeft de waard in de Zwaan, Theeus Hackenbroeck, het ontbijt verzorgd.' Hotel de Zwaan bestond dus reeds in 1554. Kijk voor  deze locatie  ook op de beeldbank van het Stadsmuseum Groenlo.  
Logement De Zwaan bevond zich op de plek waar nu het huidige pand Ethos gehuisvest is 
 In 1561 kwam de   oudst bekende plattegrond van de vesting Grol tot stand. Het opvallende aan deze kaart is dat het stratenpatroon grote gelijkenis vertoont met dat van de hedendaagse plattegrond. Van de Walsteeg of Walstraat is nog geen sprake. Vanuit de bocht in de Notenboomstraat is een doorgang naar Het Mussenbergbolwerk (de later zo genoemde “kanonswal”).

 

  
 

Pas op een kaart uit 1606 zien iets wat op de Walstraat lijkt. Volgens de overlevering moeten hier soldatenhuisjes gestaan hebben

  
 

Op 2 december 1277 kreeg Groenlo Stadsrechten van Graaf Reinoud I van Zutphen van Zutphen  en groeide de welvaart.

De stad vormde een handelscentrum aan de weg  Duitsland-Holland waardoor Groenlo profiteerde van Hanzekooplieden. Hierdoor ontstond er een bloeiend gildewezen, met ambachten, broederschappenen stichtingen. Vanwege haar welvaart moest Groenlo zich veilig stellen voor belagers. In  1334 werd de stad ommuurd. Van tijd tot tijd worden nij opgravingen resten van die muren gevonden. De Walsteeg is waarschijnlijk gebouwd op een deel van deze muren. Drs. J. van der Pluim is bezig met een onderzoek naar de precieze ligging hiervan.
 

Voor een uitgebreide verzameling  kaarten (collectie Peter Gunnewijk) kan men terecht in het prentenkabinet van het stadsmuseum van Groenlo. Oude stafkaarten, kaarten van vededigingslinies en overig beeldmateriaal van vóór 1899 geven een mooi beeld van Groenlo inde loop der eeuwen.

 
 

De stad Groenlo heeft meerdere grote stadsbranden gekend. Op 27 april 1607 is het stenen Engelhysen-convent in vlammen opgegaan, als gevolg van een brand van een naburig huis en op Asnacht 1612 verbranden 32 huizen. Ook in de Notenboomstraat zijn resten van meerdere branden gevonden.

In 1750 blijkt bij een controle over de brandbestrijdingsmiddelen dat er van het Brouwersgilde vijf van de twaalf vereiste brandemmers defect zijn.

Ruïne van het klooster Engelhuizen anno 1743 

 

   
 De overstroming van 1927 Rechts de "pomp van Bekkenutte"                   

 
 

Wateroverlast:

Groenlo is zoals vermeld gelegen op een hellend vlak dat afloopt van de Hoge Hartreise tot de oever van de voormalig loop van de Slinge.

Wij kennen in de Notenboomstraat een bovenstraat en een benedenstraat. De benedenstraat , ook het laagste deel van de stad, had bij zware regenval dikwijls wateroverlast.

Reiny Luiken , dochter van slager Harry, vertelde dat bij overtollige regenval  al het water naar het laagste punt van de straat liep, precies voor hun huis. Met gevolg een ophoping van water, dat alleen nog weg kon in hun  kelder, omdat de riolering het niet meer aan kon. Een hele vieze bedoening . Tevens hield dat in dat het vlees in de pekelbakken als verloren kon worden beschouwd. Maar over Reiny Luiken later meer.
  

In de  17e eeuw veroorzaakten progrom’s, razzia’s en moorden op Joden in Rusland, Polen en Duitsland een massale vlucht naar het westen en ook in Groenlo kwamen vluchtelingen aan, in meest erbarmelijke toestand.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw vestigden de eerste joden zich blijvend in Groenlo. Tussen 1674 en 1895 pachtten zij de Stedelijke Bank van Lening.
Van een georganiseerde joodse gemeente was pas vanaf het einde van de achttiende eeuw sprake. Aanvankelijk werden de synagogediensten in een gehuurd huis gehouden. Mede door een ruime donatie van koning Lodewijk Napoleon was het mogelijk een synagoge te bouwen   in de Notenboomstraat.

 

Bij afbraak in 1912 van de oude rijtuigschuur van hotel De Zwaan in de Notenboomstraat  kwamen van onder de kalklaag geschilderde Joodse tekens en teksten te voorschijn, zodat de overlevering bevestigd werd dat in deze schuur vroeger Joodse kerkdiensten werden gehouden.

 

 vermoedelijke locate synagoge links

 

 doorkijkje naar Joods brandweerhuisje

 
 In mei 2004 kwamen in Groenlo tijdens de opgraving van de Beltrummerpoort een vijftiental loden voorwepen met Hebreeuwse tekst boven water. Na identificatie van de tekst - de namen van de vier paradijselijke rivieren uit Genesis 2:11-14 kon vastgesteld worden dat het hier om amuletten gaat. Hoewel het dragen en gebruiken van amuletten ter afwending van het boze oog en ter bevordering van het levensgeluk van uit rabbinale zijde verboden was, werd er in joodse kring toch in ruime mate gebruik van gemaakt. Over de ouderdom van dit amulet valt niets met zekerheid te zeggen, maar de vondst in Groenlo werd gedaan in een 17e eeuwse laag.

 amulet om op het lichaam te dragen

 
 

In het begin van de negentiende eeuw wordt begonnen met het slopen van muren, poorten en oude gebouwen in Groenlo. De kanonswal blijft voor de sloop gespaard.

  
In 1879 wordt H. van der Eynden uit de Notenboomstraat beneomd tot gemeentesecretaris.  
 

links: Arnold van der Eynden, hier op weg naar het gemeentehuis met zijn aanstaande vrouw, zijn ouders en zuster Dientje. Op de achtergrond rechts achter de bomen zijn oudershuis.

Later woont hier het gezin van Reijerink, de laatste molenaar van Groenlo.

rechts: met de boom het huis van gemeentesecretarisvan der Eynden (thans Rick Steentjes). 

De twee huizen rechts vormden oorspronkelijk  één geheel,  gebouwd omstreeks 1624, kort na de grote brand. Eind 19de eeuw is dit huis gesplits in  twee huizen. Vanwege zwart geblakerde plafonds en balken vermoedt men dat er een smederij, wapenmakerij of bakkerij in heeft gezeten. De dakveren waren gemetseld en de buitenmuren zijn behoorlijk dik om de gemetselde dakveren te kunnen dragen. Tot ongeveer het jaar 2000 lagen er nog  oude zware balken in het huis. Uit  onderzoek is gebleken dat deze balken stammen uit 1623.  Ook het huis ", later genoemd "Den Angang " is van omstreeks 1624.  De achterkant van dit huis heeft een opvallende brede klokgevel.

 
   

In 1889 worden de Kroningsfeesten in grootse stijl gevierd.

 

In de negentiende eeuw bezit de Notenboomstraat nog een grotendeels  agrarisch karakter. Op de foto enige stadsboerderijen.

Zij dateren van de wederopbouw na de alles verzengende brand van na 1623.

Uit dit rijtje boerderijen is er slechts één in authentieke staat overgebleven de huidige "stadsboerderij" .

Het negentiende-eeuwse karakter is tot op heden behouden gebleven.

Groenlo was eeuwen geleden een van die kleine steden die “Akkerburgersteden” werden genoemd.  De bevolking van deze steden noemde men Akkerburgers; naast hun ambacht hadden ze ook een gemengd boerenbedrijfje. Dikwijls werd een stadsboerderij niet alleen voor het boerenbedrijf gebruikt. Er waren ook een of meer ruimten voor het uitoefenen van hun ambacht. Zo had  de stadboerderij een weefkamer.  Johannes Luiken begon rond 1900 in een gedeelte van een boerderij een schoenmakerij en Antonius Loduvicus Heinsman bezat een kuiperij. 
 De stadsboerderij heeft waarschijnlijk het beleg van Fredrik Hendrik in 1627 overleefd.  Het is een interessant historisch vakwerkhuis. Aan dit huis is af te lezen hoe de Grollenaren tussen de 17de en de 20ste eeuw woonden en werkten. De stadsboerderij behoorde in het verleden  tot voor oostelijke begrippen algemene huizen welke een grote verspreiding kenden in steden en dorpen in de omgeving van Groenlo.
  
 Deze stadsboerderijen  waren grotendeels hetzelfde maar kenden ook allerlei tussenvormen en verschillen. Eigenlijk is er niets unieks bewaard zij het niet dat in de afgelopen halve eeuw met razend tempo deze huizen gesloopt zijn. Daarom is “ons” exemplaar zeldzaam geworden. In 2010 werd de kadastrale atlas Gelderland, Groenlo-Lichtenvoorde uitgegeven.Op een van de kaarten blijkt het perceel waarop de stadsboerderij gebouwd is (sectie 4 nummer 464) eigendom is van Engelbert Abbinck. Abbinck was van beroep predikant. Het is niet zeker of de predikant zelf het huis bewoonde.
In de Opregte Haarlemsche Courant stond vermeld: Tot onze innig droefenis en smert, overleden, heden, onzen waardigen Vader, Mr. B.E.Abbinck, Oud Burgemeeter der Stad Groenlo, aan de slym koorts in het 83ste haar zijns ouderdoms waarvoor door deeze kennis gegeven aan Nabestaanden en Vrienden zonder Rouwbeklagt verwachten, Groenlo, den 4 juny 1802. E.R.ABBINCK uit aller naam 
  

Rond 1900 is er in diverse café’s in de stad voortdurend onrust door trekkend schooiersvolk. Hoofdoorzaak drank! Logement Muis (later hotel Bekke) kan er van meepraten.

 
   
 
In 1904 wordt de eerste telefoon aangesloten De, na dokter Sicherer,  in de Notenboomstraat wonende heer Oosterholt, mededirecteur van de Fa . Oosterholt –Wiegerink, leerlooiereij en stoomschoenfabriek, een van de eerste telefoons.  Telefoonnummer 4.

Het net is ondergronds gemaakt in 1932.

  
 
  

In 1908 wordt de veldkeienbestrating in de Notenboomstraat vervangen door klinkers.

Rechts het huis van de dikke Fischer, een soort Winkel van Sinkel.

 veldkeienbestrating 
 
  

In 1913 overlijdt onze buurtgenoot de heer Corbelijn Battaerd, oprichter van de Groenlosche ijsclub, Van hem wordt tot ver inde twintigste eeuw nog wordt verteld dat hij een zoon van Willem III zou zijn.

 
   
 

In 1914 wordt er in de schuur van Wallerbos aan de Notenboomstraat een gymnastiekclub opgericht, door o.a. Eduard Groot Antink, Harrie Wallerbos, Hendrik van der Meyden (vader van Henk, de voormalige journalist ) , Jan Luiken, Willie Platter en vele anderen.

 
   

 

1915. Paardenvordering in eerste  wereldoorlog 

 Huzaren van Boreel

 

  
 
 1916. Op 3 augustus viert dokter Sicherer zijn zilveren jubileum  Naast een ander stoffelijk blijk van waardering werd door de ingezetenen van Groenlo een album aangeboden met foto’s en namen van alle ingezetenen van Groenlo en omgeving.

 het huis van de weduwe August  Wiecherink

 
 

Een van die ingezetenen is op dat moment Gerrit Hendrik Hahné uit de Walsteeg.

De inhoud van het album is te zien op 

 homepage stadsmuseum groenlo en

 Beeldbank stadsmuseum Groenlo

 

 

  
 
 

 Gerrit Hendrik Hahné

 Bekkenutte?

 1920. Dokter H. Sicherer die nu in de Beltrumsestraat woont heeft telefoonnummer 22
 1920. E.H.Ditters, Hôtel "de Zwaan", A.N.W.B stalhouderij heeft telefoonnumer 6
  
  

In 1923 opent mijn vader Jan Luiken in zijn geboortehuis  aan de Notenboomstaat op 21-jarige leeftijd een slagerij.

Die is onderdeel van de schoenmakerij van zijn vader.

  
 

In 1924, het jaar dat Jan Luiken verkering krijgt met Mimi Lageschaar,  verbiedt Deken Oosterbaan vanaf de preekstoel  de                            TANGO te dansen. Het zou een zedenverdervende dans zijn.

 

In 1932 wordt de stadriolering in gebruik genomen.  Voordien werd de mest naar de stadstuintjes  buiten de gracht gebracht.

In 1933 brandt het voormalige logement Muis af. 

  

Dit is tevens het geboortejaar van Riet Bekke (overleden 1910) die op haar bovenwoning aan de Mattelierstraat, met uitzicht op de Markt, op een herfstmorgen in 2009, vertelt over haar jeugdjaren. Vader Bekke was veldwachter in Haaksbergen, maar omdat zijn vrouw een Groenlose was ( te Lintelo) had hij dit logement in Groenlo gekocht van twee joodse dames.

  
 Riet is geboren op 23 juni van dat jaar, als zevende in een gezin met 9 kinderen, Tonny, Bennie  , André ,  Harry , Truus  Willy , Riet, (1933) Gerard  en Frans. Er  werd een heel nieuw hotel-restaurant gebouwd, “t Centrum”. Onder het hotel waren twee grote kelders voor opslag met een luik aan de straatzijde. Een van de vroegste herinneringen van Riet was  de enorme carrousel die tijdens de kermis op de markt stond en die draaiende werd gehouden door een blind paard. De oudere kinderen moesten meewerken in het restaurant omdat het juist met de kermis razend druk was. Er werden enorme pannen soep gekookt en de eieren en de ham voor de uitsmijters waren niet aan te slepen. De grote   keuken was op de eerste verdieping en met een keukenlift kwamen de gerechten naar beneden.  Er was muziek en er werd gedanst.
  
 Ook door de week was het altijd druk in het restaurant. Er waren  veel vertegenwoordigers op weg die tussen de middag wilden eten. Sommige bleven ook wel overnachten. Ook werden er wel kamers aan kostgangers verhuurd. Moeder Bekke gaf aan huis ook nog een naai- en knipcursus aan jonge meisjes. Het was voor de meisjes meteen een uitje en ze waren in de gelegenheid bij het naar huis gaan een jongen te ontmoeten.  Wel werden die meisjes streng gecontroleerd. Als ze te lang van huis bleven werd er een grote broer op onderzoek gestuurd.   
  
 Het waren de jaren  van het Rijke Roomsche Leven. Al merkten de kinderen daar weinig van, het  dagelijkse leven was van vroeg tot laat doorspekt met geloof; de kerkelijke verplichtingen iedere dag als misdienaar, godsdienstlessen en catechismus op school, het jongenskoor met zijn meerstemmige missen. Van morgengebed op je knieën naast het bed, tot het rozenhoedje 's avonds na het eten met de hele familie aan tafel, en het avondgebed. Geen wonder dat het  “misje spelen”  een rollenspel was dat geheel en al paste in de leefwereld en cultuur. Het werd niet gestimuleerd, maar de ingrediënten waren er allemaal voor.  Willy Bekken en  zijn buurjongen Hans Jansen uit de Nieuwestraat waren  vaak druk met  dit “misje spelen”.  In het oude kippenhok van Jansen had  Hans een soort kapel gebouwd.   Willy had  van papier een priesterkleed (kasuifel) gemaakt. Het  was  in die tijd een serieuze bezigheid. Andere jongens waren weer druk met voetballen of nesten uithalen.  Willy en Hans gingen zelfs zover dat ze bij de bakker een stuk ouwel vroegen en daar rondjes uitknipten, bedoeld als hostie. Dat Willy en Hans  wel een soort “roeping “ gevoeld moeten hebben blijkt uit het feit dat ze beiden later werkelijk tot priester gewijd zijn.
  
 Willy zou  in 1955 gewijd worden in Glanebrug en zou een lang leven in het pastoraat tegemoet gaan en Hans voer  een geheel eigen koers en is werd een bekende theoloog.

Riet herinnert zich het feest rond de priesterwijding van Willy nog goed. Voor het huis van de ouders, hoek Mattelierstraat/Lievelderstraat , waar de familie woonde  sinds het huwelijk van Tonny Bekke,  was een podium gebouwd en alles was mooi versierd.  

  
 

 1930. Verkering Riek Heuskes en Harry Luiken

    

  

In 1935 worden de stadspompen opgeruimd, onder andere bij Hoebe in de Notenboomstraat.

Van de oude waterputten staat er nog een achter het huis van Marie Nieuwenhuis.

De "Bekkenutte pomp" stond achter  groep mensen ter hoogte van het witte doktershuis. De pomp die eerder op straat stond is later verplaatst naar de stoep bij een van die woningen rechts achter de boom. Zie Beeldbank Stadsmuseum

 
Dina Bekkenutte-Klein Kiskamp bij de pomp, bron: Piet Nekeman Mimi Luiken-Lageschaar bij de pomp achter het huis
 1935. Op 16 januari begint in het kader van de werkverschaffing het grondig uitbaggeren van de grachtOp 1 juli 1935 sterft de alom bekende jager en viskoopman Gerrit Hendrik Hahné (het Haantje) geboren in 1848. zie baggerwerk en verder op de beeldbank van het stadsmuseum.
   

bidprentjes van "Gait van 't Pumpken" en zijn vrouw Dina Klein Kiskamp.

 

 

1937. Het is crisistijd. Er moet door alle buurtgenoten hard gewerkt worden om in onze kinderrijke buurt  de vele monden te voeden.  Maar er is ook volop ontspanning.

In 1937 viert Koningin Wilhelmina haar 40-jarig regeringsjubileum.

  

De Notenboomstraat wordt versierd. Er worden dennentakken gehaald en ijzeren lampjes gemaakt waarover een oranje doek wordt gespannen. Alles ziet er heel feestelijk uit. Bij de Markt en Beltrumsestraat worden erebogen opgericht. Dit samendoen leidt er toe dat er een buurtvereniging wordt opgericht. Truusje Wentholt  vormt samen met Jan Luiken, mevrouw Prakke, Eduard Groothuis en Willem Brandenbarg het eerste bestuur.  Later komt Anke Heinsman daarbij.De contributie bedraagt 10 cent per gezin en dat geld wordt iedere zondagmorgen bij de 50 leden opgehaald.

Op de eerste feestavond in De Pelikaan speelt het strijkje Bekkenutte, dat bestaat uit Broer ,die viool speelt en zingt, Zwarte Jan die eveneens zingt en daarnaast accordeon speelt, Jo Bekkenute die op de piano speelt en diens broer Henk als drummer.

De daarbij aanwezige 74 leden zorgden voor een vertering, waarvoor de penningmeester  een rekening gepresenteerd krijgt met een eindbedrag van 119 gulden en 44 cent. Het strijkje Bekkenutte vraagt   een vergoeding van 12 guldens.

 foto: Piet Nekeman

 

Kijk voor meer foto's van strijkje Bekkenutte  op scherpinbeeld . Tik in de zoekfunctie in het menu het woord "Bekkenutte" in en U krijgt een grote hoeveelheid fotografische informatie.

 

1938. Op 10 juni wordt de Groenlose Hengelsportvereniging opgericht met als voornaamste doel het gezamenlijk beoefenen van de hengelsport en het verbeteren van de visstand. De Groenlose Gracht is het thuiswater en de GHV heeft sinds 1938 onafgebroken het visrecht in de Groenlose gracht.Op de eerste ledenlijst staan ongeveer zeventig namen van mensen die dit visrecht wensen, waaronder verschillende personen uit de Notenboomstraat en Walstraat. De geschiedenis van de Groenlose Hengelsportvereniging is uitgebreid te lezen in het boek “De Grolse gracht, van verdedigingswerk tot viswater”, door Erik Mentink.

 

 

  

1938.  Op verzoek van het Grols Museum wordt door de directeur van Monumentenzorg een wichelroede-onderzoek in gesteld naar de legendarische zware muur, die onder in de bedding der stadgracht zou moeten liggen.

Bakker Milius zwom dikwijls in zijn bakkerstruitje rond de kanonsbulten. Op een punt tussen Wilhelminabank en Halve Maan kon hij staan en riep dan: “ik stao op de stadsmure!”

Helaas werden geen muurresten gevonden, doch wel een plek aangegeven op de hoge kanonsbulten, waar eventueel nog kanonkelders zouden kunnen liggen.

De grootouders van Bart Milius kijken naar hun zoon (foto Eduard Smit) foto uit 1904 
 
 

1939. Het Ravelijn Styrum met aanliggende terreinen wordt op initiatief van het Grols Museum, met behulp van de Menno van Coehoorn Stichting en subsidie van Rijk en de Provincie door de gemeente aangekocht van de familie Heringa-Lasonder, waardoor het laatste stuk van de oude veste voor ondergang behoed word.

 
Het Ravelijn Styrum ofwel de Halve Maan in de winter van 1938 
  
  
 Berichten uit de Geldersche Bode 107 c 1939
 

Het hier te koop aangeboden huis werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog bewoond door Marie Nieuwenhuis en haar vader.

Achter het huis bevond zich een oude put, een van de vele putten die de binnenstad van Groenlo gekend heeft.

Momenteel wordt dit huis bewoond door Theo en Marietje Smeenk.

 

Ansluiken.nl © 2006-2007 All rights reserved 
Ansluiken.nl is powered by
Streekgids.nl