www.ansluiken.nl 
 
header
 
een straatje in de tweede helft van de vorige eeuw
  1936-1940.

In de beginjaren van de buurtvereniging vormen Notenboomstraat en Walstraat een volksbuurt in de goede zin van het woord.

Alle sociale lagen van de samenleving zijn er vertegenwoordigd. Er zijn veel “sociale ankers”, bewoners die zich inzetten voor buurt en buurtgenoten. In sociaal opzicht is er sprake van een eenheid in verscheidenheid, zelfs op religieus gebied. Protestanten en katholieken trekken in deze tijd van verzuiling

broederlijk met elkaar op.

De zeer diverse beroepen zijn: bakker, slager, caféhouder, hotel uitbater, kleermaker, naaister, huisarts, medewerker bij een houthandel, lederfabrikant, schilder, huishoudster, werkster, kapper, leerbewerker, kuiper, manufacturier, smid, eigenaar van een galanteriezaak, eigenaar van een zaak in fournituren en bedrijfskleding, stadsboer/melkboer, schoenmaker, postbode, politieman, klompenmaker, zaadhandelaar en handelaar in diervoeding, voeger, molenaar, koetsier/chauffeur, ijscoman, medewerker brouwerij, petroleumhandelaar. Er is een gemeenschapshuis van de Protestantse Gemeente met Zondagschool en een Makelaars & Confidentskantoor en dan heb ik  waarschijnlijk nog enkele beroepen niet genoemd.

In de crisistijd moest als eerder vermeld iedereen hard werken voor de kost. De werklieden en kleine zelfstandigen maakten een zware tijd door. Een sfeerbeeld uit die jaren kan men aflezen  uit de  ervaringsverhalen van enkele kinderen uit die tijd.

 

Miep Weeing  is geboren in 1932 in hotelpension De Watermolen aan de Borculoseweg in het huis van haar grootouders van Schaik. Haar vader kwam uit Eibergen en ze woonden in bij de ouders van Miep’s moeder, een geborene van Schaik. Miep herinnert zich nog Ernst en Benning, waar ze ’s morgens verse eitjes moest halen voor de hotelgasten. Haar ouders en grootouders dreven samen de zaak. Toen de grootouders overleden moest de familie Weeing wegens een erfeniskwestie het pand verlaten en trokken ze tijdelijk in bij Pierik aan de Winterswijkseweg.

  

Toen gingen ze naar het pand in Notenboomstraat . Dat was eigendom van de vermogende dames Harperinck. Miep moest iedere week de huur brengen naar de Kevelderstraat. Naast Weeing woonden drie vrijgezellen van Ten Broeke, Willem, Betje en Jo. Zij hadden een huis met een loods of deel opzij. Tussen Weeing en Ten Broeke was een grup.  Ten Broeke had een grote tuin in de buurt van de Maliebaan. Naast Ten Broeke  woonde Brandenbarg.

   

 Weeing en ten Broeke

 ten Broeke

 Brandenbarg

Naast Reijrink woonde Abbink op een gebouw van de Protestantse kerk. Katholieke kinderen mochten daar ’s Zondags ook naar de zondagschool. Zo heeft Miep het lied “ Er ruischt langs de wolken ….” geleerd op de Zondagsschool. Boven het café was de woning van de familie Weeing en er was een aparte ingang. Later heeft vader Weeing een deur laten maken tussen het café en de gang, zodat de klanten daar konden telefoneren. Weeing had een tap- en slijtvergunning, de eerste slijterij van Groenlo en dat kwam goed uit  want toen de televisie kwam gingen de mensen minder naar het café en ging men thuis drinken. Er kwam een mooie etalage die iedere maand vernieuwd werd. Je kon er allerlei drankjes kopen, zoals rode bessen en apricot brandy, en natuurlijk jenever. Zo’n slijtvergunning was geld waard. Later is die vergunning verkocht aan een caféhouder aan de Lichtenvoordseweg voorbij de brug. Miep had een vriendin die Diny Abbink heette. Zij weet niet of die nog leeft.

   

 midden Zondagsschool

 Eichenwald, Theissen/Emaus

 Jamin

 

Reinie Luiken vertelt: “Ik ben op een mooie nacht in april ‘s nachts om circa 1 uur geboren. Mevrouw Bax de vroedvrouw had daarvoor dokter Wentholt gebeld die luid zingend arriveerde, waarop zij tegen mijn moeder zei “hij heeft te diep in het glaasje gekeken”. Achteraf was dat extra glaasje de redding van mijn moeder en mijn persoontje, want het werd een tangverlossing met veel complicaties die hij fantastisch heeft laten verlopen. Waarop mijn vader zei, “kunst dat kun je alleen volbrengen met een extra glaasje op”.

 

 

   

 Luiken

 Zemann

 Hoog Antink

Ik heb een hele fijne jeugd gehad en een warm nest, waar ik met veel plezier op terug kijk. De zomeravonden werden in de Notenboomstraat meestal buiten op de stoep met alle buren door gebracht. De bank uit de winkel voor de ouders stond buiten en de rest zat op het trottoir en de kinderen deden allerlei spelletjes: hoepelen, touwtje springen, tollen, proppen schieten, op stelten lopen enz. enz. Ook werd er in de Notenboomstraat wel het nodige kattenkwaad uitgehaald o.a. belletje trekken. Bij Café Nales hebben wij een keer steentjes tegen de ruit gegooid en gelijktijdig flessen tegen de muur. De heer Nales kwam woedend naar buiten rennen en dacht dat de hele ruit aan diggelen lag. Wij de grootste lol. Vic Zemann herinnert zich: ”Slager Harrie Luiken is wel een begrip in ons deel van de straat. Altijd in voor een geintje. Er wordt  heel wat afgelachen in en buiten de winkel. Soms gaat hij op de fiets achter zijn ondeugende dochter Reiny  “half Groenlo door”. Wanneer Reiny dan niet meer kan en uitgeput naast het huis tegen de muur gaat staan roept zij: “vader stek mie de ogen moar uut!”, hetgeen bij mijn weten nooit gebeurd is.
  

Jan, Reiny, Tineke 

Reiny met nichtje en tante 

 Plechtige Communie

Overigens heeft Reiny me nog eeuwige trouw beloofd op het protestante kerkhof. Maar later zal ze een eerbiedwaardige huismoeder worden, ergens in de buurt van Amsterdam. Harrie Luiken wil nog wel eens een piepend tuinhekje smeren bij ons maar mijn vader vindt dat nooit goed. Nu kan hij tenminste horen dat er iemand achterom komt.”     Vic: “Omdat ik vanaf mijn 13de jaar de h.b.s in Nijmegen zal bezoeken en daarna via de seminarieopleidingen priester zal worden vertel ik nu over mijn kinderjaren. Er wonen veel kinderen in de straat en er is nauwelijks autoverkeer dus de straat is grotendeels van ons. Voor mij speelt het meeste zich af op het stuk  vanaf de wal tot de Beltrumsestraat.  Uit die Beltrumsestraat komen ook wel eens kinderen bij ons spelen. Er komen allerlei leveranciers aan de deur, visboeren, kaasboeren, mensen met allerlei  handel , scharenslijpers,  voddenhandelaren, noem maar op. Soms komt er iemand met een aapje op een stokje . Wij spelen ook vaak op de wal (ijspret!), knikkeren enzovoort.Van de andere kant van de straat, naar de Markt, weet ik niet veel, alleen Antoon Jamin, die vaak ‘s morgens vroeg door de straat loopt te gillen. We mogen hem wel, maar zijn tegelijkertijd bang voor hem.

Wat een mooie tijd. Wanneer ik later in de Notenboomstraat kom, zal me dat benauwen. Geen plaats meer om te tollen, te hoepelen, touwtje te springen, te marcheren. Hoe kan ik vermoeden dat die mooie tijd eens voorbij zal zijn? (vrij naar Wim Sonneveld, Het Dorp)".

Wat verder in de straat woont kuiper Heinsman. Vele jaren later vindt Wilma Heinsman (Gronau) gehuwd met Ton van Ank van Broer , nog enkele oude foto’s in een doos.

   

 Opoe Heinsman met Trui en kleinkinderen

 Opoe met Hennny en nageslacht Liny en Gerry
   
   

Truusje  Gebbink  , het jongere buurmeisje van Vic en Reiny, een van de kinderen van de postbode verderop in de straat, komt graag  in het enorme gastvrije huis van Koopmans met zijn  grote speelzolder . Daar mag  altijd van alles , hele verkleedpartijen worden er zelfs gehouden.   

   

 Koopmans

 Wallerbosch

 Hemeltjen

 

Aan de overkant van de straat op de hoek staat   de kruidenierswinkel van Wallerbosch met daarnaast, in de Notenboomstraat,   een  nog volop functionerende stadsboerderij.

“Bij Wallerbosch woont een vrijgezel, ome Jan , in huis”,  vertelt Truusje, die daar de paarden en het vee verzorgt.

“’s  Avonds worden de paarden naar de wei gebracht, het oude paard,  Max,  wordt door ome Jan weggebracht  naar Wallerbosch weide en dan mogen de  kinderen uit de buurt samen op de grote rug van het paard zitten. Het oude paard, Max, wordt door ome Jan weggebracht naar Wallerbosch weide en dan mogen de kinderen uit de buurt  op de rug van het grote paar zitten. Het andere paard heet  Jutta,  dat wordt altijd door  Frans Reijrink  naar de wei, gebracht  “ en dan gaan  wij ook wel eens mee, maar dan spelen  we circus met het paard”.    Twee keer per jaar trekken de koeien van Wallerbosch door de straat.  Joris Hoying: ” De melkboer( HarrieWallerbos) , met paard en wagen, heeft  melk in grote bussen, en schept met een litermaat de melk over in kan of emmer”.

En Bennie en Hans Wallerbosch vertellen: “Bij ons hebben we een semi- boerderij met koeien, een paard en twee pony’s. Ome Jan beheert deze boerderij en velen van ons mogen mee in de kar, die bijna altijd volgeladen is met jeugd uit de straat. In de zomer mag bijna iedereen helpen het hooi op zolder pakken. Het zal allemaal nog duren tot 1947, daarna is het niet langer geoorloofd een boerderij in Groenlo te houden”.

Vicky Zemann: “in de schuur van Wallerbosch wordt ook de eerste primitieve voorlichting gegeven!” 

   

 bakker Tops, schoenmaker Smit

 Toos Smit, Reiny en Annie Wolterink

 Toos en Anny

Op A 316  (42) woont schoenmaker Joep Smit met zijn gezin: “Pappa is begonnen op de schoenfabriek  “De Koem’’en werkt daar  tot het moment dat hij onenigheid  krijgt met de directeur. Dat laatste speelt zich af in de eerste jaren van zijn huwelijk. Dat is voor onze moeder schrikken. Thuiskomen en geen werk meer hebben. Hij trekt de stoute schoenen aan en begint voor zichzelf.  Dat kan in  de jaren dertig nog zonder diploma’s! Voor zover wij ons herinneren uit de verhalen van mijn moeder is zij nog langs de deur gegaan om klanten te werven. Hij maakt ook nieuwe schoenen. Wij herinneren ons onze sandalen. Ik (Ria) vind dat niet altijd leuk. Ik had  ook wel eens schoenen uit de winkel willen hebben. In de oorlog maakt hij nieuwe schoenen voor boeren uit de omgeving als ruilmiddel voor een  viertel  van een varken.

Er komen  twee vertegenwoordigers aan huis, een uit Apeldoorn en een uit Hengelo. De vellen leer staan dan langs de kant in de gang en die ruiken lekker !

Spelen na schooltijd is er niet bij. Als we thuis komen (eerst Toos tot haar dertiende en later  ik (Ria) ) staat de tas met schoenen  die weggebracht moeten worden, al  klaar. We Krijgen steevast de boodschap mee, dat we bij bepaalde mensen alleen de schoenen  tegen kontante betaling mogen afgeven. Ze staan natuurlijk al in het rood !! De schoenen worden altijd keurig gepoetst. Kom daar inde 21-ste eeuw nog maar eens om. Wijze van herstellen:-          Zolen ( spiegelzolen, gepinde zolen (met houten pinnetjes i.p.v. spijkers) en natuurlijk gewoon gelijmde zolen.-          Hakken-          Balstukken-          Teenstukken-          Hakstukken-          Etc.De schoenen worden gedragen tot ze niet meer hersteld kunnen worden. Niet te geloven in de luxe wegwerpmaatschappij van 65 jaar later.Waar vader ook een hekel aan heeft zijn  de schoenen van de nonnen uit pensionaat  en ziekenhuis. Ze dragen daar de schoenen te lang door tot ze bijna niet meer te herstellen zijn..Juffrouw Froëls  van de jongensschool brengt haar schoenen altijd in genaaide stoffen zakjes. Heel bijzonder.
   

 ouders en grootouders

 op het kanon

 familiefeest

Frits Wolterink is op 10 februari 1936 geboren als middelste  van 5 kinderen in een kleermakersgezin. (Annie ( zuster Liesbeth), Jan, Frits, Martie en Albert) . Vader Wolterink (moeder was van Pietersen) was een van de kleine zelfstandigen die vroeger het straatbeeld in onze Notenboomstraat mede bepaalden. Vader Wolterink naaide kostuums op maat. Dat was echt vakmanschap. Hij had het vak geleerd bij een baas, zoals dat vroeger ook gebruikelijk was. Er waren nogal wat boerenklanten. Die hadden de gewoonte niet direct te betalen en stonden “op de lat”.  Wel was er ‘s  Zondagsochtends  een :”angang” van klanten die na de Mis kwamen koffie drinken, een pak passen en of eventueel de rekening betalen. De winkels waren toen gewoon op Zondag open. Ook bij kapper Hemeltjen kon je terecht. Er was dus veel zondagse gezelligheid in de straat, waar het druk was als de Mis of de Hervormde Dienst uit was. Moeders vader was Frits Pietersen, een broer van Nico. Die familie is naar Gronau getrokken omdat er hier in Nederland geen werk was en in 1934 kwamen ze terug naar Nederland. De vader en moeder van Frits zijn in 1936 getrouwd en ze zijn gaan wonen op de plek waar Frits nu nog steeds woont. De opa en oma van Frits zijn er bij in gaan wonen, wat ook wel gebruikelijk was in die tijd. Er was immers geen vanuit de overheid geregelde oudedagsvoorziening.

1940. De Duitsers vallen ons land binnen (dubbelklik op onderstreepte tekst voor film)

De oorlog heeft een grote impact gehad in onze straat. Ouderen onder ons kunnen het nog navertellen. Na de inval van de Duitsers (dubbeklik) werd een groot gedeelte van  hotel Bekke in beslag genomen en werden er Duitse jongens ingekwartierd. De familie Bekken had alleen de keuken nog als privé terrein en moet in groepen bij elkaar slapen.

Er was een gaarkeuken in de brandweerkazerne  zodat er geen honger werd geleden.

In het huis waar tot  in de oorlog  de joodse familie Eichenwald woonde was sinds de zeventiende eeuw nog een grote kelder.  In de oorlog woonde  in dat huis de familie Theissen en daarna de familie Emaus. In de grote schuilkelder stnden banken. Aan de voorkant zat een luik en daar kon je afdalen in de kelder. Aan de achterkant van de kelder kon je er ook uit, Dan kwam je bij de Brandweerkazerne en de Canisiusschool terecht.

Bij een luchtalarm doken vrouwen en kinderen de kelder in en de mannen bleven buiten op wacht staan om te roken en te praten en zich afvragen waar de bommen neervielen, vaak was dat het Ruhrgrbied.

Reiny Luiken was op het moment van de invasie 7 jaar. Haar  vader zat op de dag van de inval boven in de toren van de kerk op de markt op de uitkijk. " De Duitsers waren zo goed gecamoufleerd dat ze al onder bij de kerk stonden en hij niets gezien had. Oom Jan - pappa zijn broer - kwam bij mijn moeder en zei: “Riek je moet even een paar koffers pakken want het is hier voor jullie niet meer veilig”, in verband met mijn vader, die hoogst waarschijnlijk opgepakt zou worden door de Duitsers, maar dat is gelukkig niet gebeurd want even later kwam hij doodgemoedereerd weer thuis".

 

1942. Op 10 maart werd onder het donderen der bommen op het Roergebied

mijn persoontje  geboren op A.293.  Het geweld der bombardementen was zo hevig dat zelfs in Groenlo de ruiten rammelden in hun sponningen.

 

1943. Onze buurtgenoot Meier Eichenwald van nr. A.332 overlijdt op 14 mei in Sobibor. Meer informatie over gedeporteerde Groenlose Joden op het digitaal Joods Document .(dubbelklik op onderstreepte tekst)

 

   

 Duitse pantserwagens verdekt

 opgesteld op de wal achter

 de Canisiusschool

Er waren gaten in de kanonswal gegraven en daar stonden, beschermd door het bladerdak van de bomen, de Duitse wagens, zodat ze niet waargenomen konden worden door “: De VROLIJKE ACHT”, de Engelse vliegtuigen. Er waren twee soorten soldaten,  a. De gewone soldaten waar bv. Café Nales er ongeveer 25 van in huis had. Deze jongens sliepen op strobalen. Deze jonge soldaten met een gezonde eetlust hadden vaak honger (terwijl achteraf De Koem vol etenswaren zat). De kinderen uit de buurt haalden bij de vrouw van Harrie Luiken wel eens een leverworst voor deze jongens, die het ook niet konden helpen dat ze in een oorlog verzeild geraakt waren. Maar je had ook b. de bruine soldaten, de SS-ers.  Deze zaten  b.v. in Casa Cara aan de Ruurloseweg. Deze hadden voldoende voedsel. Frits Wolterink is als zoveel andere kinderen het laatste oorlogsjaar niet naar school geweest. Omdat de Duitsers in de school  getrokken waren.

Als de sirenes gingen dook iedereen de kelder in.

Er zaten veel soldaten in de Canisiusschool en in De Koem. Die soldaten gooiden handgrantaten in de gracht zodat de vissen kwamen boven drijven en gepakt werden.

 

Vic Zemann: "De oorlog is een spannende tijd. Er is veel geheimzinnigs. Wij proberen natuurlijk de ouderen, die samenscholen, af te luisteren. We mogen veel wat in normale tijden niet mag,  kolen gappen, bomen omzagen op de wal etcetera. Inkwartiering vinden wij als kind natuurlijk ook erg interessant en laten we eerlijk zijn, militairen zijn voor kinderen meestal erg vriendelijk. En wij lokken (later) ook wel (Canadese)  militairen naar huis met: “we have sisters, eighteen years old!”Op een keer worden de mannen, onze vaders, weggevoerd, omdat ze in Zevenaar moeten graven. Soms marcheert de N.S.B door de straat (en wij geen speldjes mogen aannemen waar ik uiteraard niet veel van snap). Er vinden tijdens en na de bevrijding ook enkele straatfeesten plaats. De straat is dan bestrooid met haksel. Mijn ouders zijn geen echte Grollenaren en/of buurtlopers. Wel is mijn moeder behulpzaam bij kinderfeesten- en reisjes (b.v. naar de Waarbeek, Nunspeet en kinderfeesten in de weide). Mijn vader is meestal druk, ook ’s avonds en ’s zondags. In de oorlog zijn de ramen van het kantoor verduisterd en onder een door lichtgevende verf “verlicht”raam stond: Bij donker en licht wend U tot Zemann".

Toch ging het dagelijks leven in zekere zin gewoon door.

In de strenge winter van 1942 kon men schaatsen op de gracht en waten er schaatswedsrijden .

 

   
   
   

Zie een schaatsfilm op http://www.streekgids.nl/. Deze film werd vervaardigs door manufacturier J. Dankbaar.

Op straat werd het lied Lily Marleen  gezongen.

 

Lili Marleen (in de Engelse versie: Lili Marlene) is een  lied, waarvan de tekst in 1915  werd geschreven door de Duitse soldaat  

 Hans Leip.  De tekst is ontleend aan het gedicht Das Lied eines jungen Soldaten auf der Wacht. Het lied werd pas een grote hit toen het in 1942 werd heruitgebracht.  De jongens van Wallerbosch zongen dit lied  waarschijnlijk in de Nederlandse taal Eigenaardig genoeg werd het zowel in Duitsland als aan de geallieerde kant uitermate populair.

Zo ook het soldatenlied Erika . Bekender was bij on de Nederlandse versie Blonde Mientje heeft een hart met prikkeldraad .

Tegen het eind van de oorlog krijgen we evacuees: de familie Heezen uit Arnhem.

1945. Bevrijding klik hier voor bevrijdingsbeelden van Groenlo en de rest van de Achterhoek. (dubbeklik op alle onderstreepte teksten voor meer info)

 

Na het leed in de oorlogsjaren was de feestvrieugde uitbundig, ook in onze straat.

Toen de oorlog afgelopen was ging de Koem open. Daar was voedsel en drank opgeslagen,. Alleen voor de SS.

De Grollenaren verkeerden dagen lang in een feestroes.

 

 thank you Tommies

 

Na de bevrijding werden bij Bekke de Tommies ingekwartierd. Rietje herinnert zich Tom en Bud en de heerlijke chocolade die ze uitdeelden. Ook moest zij het als kind aanzien dat meisjes die verkering hadden met een Duitser in een rij aardappels zaten te schillen voor de Tommies. De Koem werd geplunderd en er werden grote rollen rood papier mee naar huis genomen. Riet begrijpt nog steeds niet wat dat voor nut had.

Voor Reiny Luiken spanden de bevrijdingsfeesten in de Notenboomstraat de kroon: " Wat ik nooit zal vergeten is

dat mijn moeder en ik een dag eerder dan geplant terug kwamen van een korte vakantie uit Apeldoorn. Mijn vader had die dag een groot feest georganiseerd en de voorkamer van ons huis was tot studio verbouwd, vanuit de ramen twee grote luidsprekers aangebracht en op de straat een karrenvracht haksel om de straat glad te maken voor het dansen. Er was geen plekje in ons huis dat niet bezet was met een vrijend paartje. Mijn moeder was hier helemaal niet blij mee en was woedend op mijn vader, maar ik vond het prachtig en was niet meer van de geïmproviseerde dansvloer af te slaan".

 

Bij slager Jan Luiken zaten ze nog steeds in de kelder toen oma Lageschaar al helemaal van de Winterswijkseweg kwam aanlopen om te vertellen dat de oorlog voorbij was.

 

 

  

Truus  Gebbink kan zich  nog herinneren dat de Canadezen in de brandweerkazerne de keuken hadden en dat ze daar als kinderen elke dag te vinden waren, daar kregen ze rijstepap met rozijnen en grote plakken chocolade. Dat was natuurlijk iets geweldigs.

  

In heel Groenlo en in de de hele buurt werd wel gefeest.

1946.  Na de oorlog wordt er weer aan de toekomst gewerkt.

Het lied dat uit de radio's schalde was Trees heeft een Canadees   en  Daar zijn de appeltjes van Oranje weer , sinasappelen zoek ze zelf maar uit. Wie dit hoort herinnert zich wellicht de in mooie papiertjes verpakte sinaasappels weer, die je na de oorlog weer kon kopen bij Ajax op de Markt.

Hoewel zij niet in de Notenboomstraat geboren en opgegroeid is wil ik toch melding maken van de eerste Canadezenbruid.

 

Het is Paula Heszling uit de Tramstraat.

Op deze foto zit ze op schoot bij haar tweelingzuster Hedwig, die nu nog in Winterswijk woont en de Canadese bruidegom staat er achter. Meer over deze bruiloft is te lezen op www.scherpinbeeld.nl , map diverse personen foto 4. 
  

Na de oorlog komt het gewone leven weer op gang.  Het restaurant van Bekke is weer druk en er komen weer kostgangers. Jef Kraakman heeft zelfs een heel “kantoor”aan huis.  Mensen van de NEDAP  komen zolang op kamers. Er wordt dansles gegeven. Riet leert dansen van leraar Houtman.  Er is een biljartclub en een Rotaryclub.

  
 

 bakkerij Centra

 poortje naar Maas op de Markt

  uit het boekenkastje van Wissink

  In het protestantse gezin van Hein Wissink werd veel gelezen.
   

Het poortje op de foto hierboven, tussen Rotman en Heinsman leidde naar de achteringang van Maas op de Markt. In dat pand van Maas had  groenteman Herman Oosterholt in het geheim enkele  joodse onderduikers uit Apeldoorn verstopt. Het poortje was de vroegere achteringnag voor employees van de Algemene Handelsbank.

Na de vroege dood van Martie  Wolterink (hij stierf aan een soort oogontsteking) was de sfeer nooit meer dezelfde in het gezin Wolterink. Martie stierf op de verjaardag van vader Wolterink en werd begraven op Sinterklaasdag. . Sinterklaas werd daarna nooit meer gevierd. Er hing een schaduw van verlies over het gezin. Moeder Wolterink was een echt vroom en goed katholiek mens. Eigenlijk had ze vroeger zelf graag naar het klooster gewild. Op 14-jarige leeftijd openbaarde zich de kloosterroeping bij dochter Annie.

   
 Kerstmis bij Wolterink

  Bennie Hoog Antink en Frits Wolterink

 zuster Liesbeth

 
De gezelligheid haalde Frits onder andere bij zijn vriendje Ben Groot Antink. De leuke dingen in het leven van Frits draaiden om het zingen. Want de  grote liefhebberij in het leven van Frits is en was de zang. Als jongen van 7 jaar ging hij al bij het jongenskoor van dirigent Eduard Stam. Drie keer in de week werd gerepeteerd. Frits herinnert zich nog de namen van andere jongens zoals Wim Jansen en Vincent Wicherinck. Het koor had een degelijk kerkelijk repertoire. Er werd vierstemmig gezongen in het Latijn. Eduard Stam componeerde zelf muziekstukken. Het jongenskoor van Eduard Stam stond bekend als een van de beste van Nederland. Het koor deed vaak mee aan concoursen. Levendig herinnert Frits zich nog de Kerstnachten. Op een nacht belde Benny Gebbing aan om samen naar de kapel van het ziekenhuis te gaan waar de Communie aan de zangertjes uitgereikt zou worden voor de Nachtmis, omdat toen de Communie nog niet boven op het koor werd uitgereikt.Ter hoogte van Café Op den Akker bood Bennie Frits een paar dropjes aan en de jongens hadden de drop al in hun mond toen ze zich herinnerden dat ze nuchter moesten zijn voor de Communie. Zij spuwden her drop weer uit en waren wel in grote gewetensnood want ze wisten niet zeker of ze wel nuchter waren omdat ze immers het drop al in hun mond gehad hadden. Om 2.45 uur moesten de jongens in de kapel zijn en om 3.30 uur begon dan de Nachtmis in de grote kerk. Om 5.30 waren de jongens dan weer thuis en konden brood eten. Daarna konden ze een paar uurtjes slapen want om 10 uur begon al weer de Hoogmis. Om 11.30 uur kwamen ze dan weer thuis. Vaak kwam het voor dat er jongens flauw vielen van vermoeidheid en honger. Er werd wel heel veel gevraagd van die jongen kinderen maar dat hebben ze pas achteraf beseft.   Dat de sfeer in de straat in onze buurt wel heel gemoedelijk is blijkt wel uit het feit dat Maria Wissink-Oldenkotte uit de Walsteeg als een pantserschip op haar pantoffels dwars door de tuin en het huis van Wolterink naar bakker Hein Tops aan de overkant van de straat oversteekt  om een broodje te kopen want dan hoeft ze haar goeie schoenen niet aan te trekken. Daarna gaat  ze op dezelfde manier weer terug naar huis. Niemand die daar iets van zegt. Het is gewoon.

 

   

 Maria Wissink en haar man

 Maria Wissink

 Marie Groothuus uit de Walstraat kijkt uit het raam

Niet lang na de bevrijding overleed de vrouw van kapper Hemeltjen
.
 

Truus Bekke: "De hele familie Gebbing ging naar kapsalon Hemeltjen en iedereen had dan ook bijna hetzelfde kapsel. Je kwam als kind in zo’n hoge kinderstoel te zitten en Hemeltjen maar knippen.  Maar op een dag was zijn vrouw overleden en Hemeltjen bleef achter met vier kleine kinderen. Toen kwam daar een huishoudster in dienst, Dikke Jo genaamd, het was een hele lieve vrouw en gek met de kinderen. Maar op een dag kreeg zij verkering met Jantje Anten. En als hij dan op zaterdagmiddag kwam en kinderen uit de buurt  waren daar aan het spelen dan moesten zij natuurlijk weg en Jantje zei dan: “Hier meisjes hebben jullie elk vijf cent, ga maar een lekker ijsje halen bij Bekken op de hoek, maar dan moeten jullie wel een uur wegblijven".

Truus vervolgt:"Toen ik zo ongeveer een jaar of acht was ging ik na schooltijd naar de Familie Nales. Ze hadden zelf geen kinderen en dus waren ze wel heel erg gek met mij. Als ik uit school kwam en dan bij hun de boodschappen ging doen was het lekker warm in de keuken. Het fornuis stond roodgloeiend en in de oven kon ik dan lekker mijn koude voeten verwarmen en kreeg ik ook nog een gepofte appel met suiker en kaneel, die ze in de oven warm gemaakt hadden. ’s Zaterdags kwam dan het koper poetsen en het café vegen aan de beurt. Zo moest ik de koperen bel van de voordeur poetsen en de koperen kranen van de bar en als ik dan om 6 uur ‘s avonds klaar was, dan kreeg ik een kwartje uit de koekjestrommel die boven in de ladekast stond, bij hun in de kamer. Die kast heeft nog heel lang bij Frans en Annelies in het café gestaan. Nu wil ik eerst wat vertellen over de kinderreisjes, maar niet met de bus van Bax. Dat kan ik mij nog wel herinneren, maar wat ik mij het meest herinner dat waren de reisjes met de vrachtauto, waar achter een zeil overheen zat. Daar werden dan lange banken in gezet. We waren net vissen in een grote kom. Om beurten mochten we even aan de voorkant zitten. Dan werd het zeil omhoog gedaan, zodat wij naar adem konden happen. Maar lol hadden wij wel. Zo gingen we ook eens naar Nunspeet. Niemand had nog echt een zwempak of zwembroek, dus allemaal een hemd of onderbroek aan.Maar toen gebeurde het dat er bij iemand het hemd uit de onderbroek knapte, dus wat gebeurde er, onderbroek verdwenen, Niks aan de hand. Tante Ank, die in het bestuur zat, zei: “wij doen gewoon een veiligheidspeld tussen je benen”.

   
 schoolfoto 4 meisjes GebbinkMarijke Luiken en Harry Gebbink op de achtergrond ijscoman Jamin
Ansluiken.nl © 2006-2007 All rights reserved 
Ansluiken.nl is powered by
Streekgids.nl