www.ansluiken.nl 
 
header
 
De eeuw van mijn ouders , vader Jan
 

DE EEUW VAN MIJN OUDERS DEEL I

DE JEUGD VAN MIJN VADER

 

 

  
 
Alvorens ik ga vertellen over de gebeurtenissen die de eeuw van mijn ouders kleur geven ga ik 141 jaar  terug in de tijd en wel naar het jaar  1866  van de negentiende eeuw. in het plaatsje Oldemarkt in Noord Overijssel wordt mijn grootvader Johannes Luiken  geboren. Ik heb hem bij leven niet gekend want hij is, in 1938, vier jaar voor mijn geboorte, overleden. Maar in mijn jeugd en lang daarna nog gingen er over hem zo veel verhalen in de ronde dat hij in de loop der tijd tot een persoon van mythisch formaat uitgroeide.   

Oldemarkt is in de tweede helft van de negentiende eeuw een dorpje dat zo arm is dat “de mensen elkaar bijna opeten”, aldus mijn opa. Als hij het schoenmakersvak onder de knie heeft trekt hij weg uit zijn dorp en vestigt zich in Groenlo.  Hij heeft namelijk gehoord dat er in Groenlo in 1896 begonnen is met de bouw van een moderne schoenfabriek en leerlooierij.

 Tobias en Annegien Luiken met hun dochter

en zonen

Hij trouwt met Johanna Maria Oorthuis, mijn oma dus. Over oma’s jeugd is weinig bekend. Ze is opgegroeid in Groenlo en een dochter van bakker Knikkink” uit de Nieuwestraat. Ze is er nogal trots op dat ze een dochter van een van de Knikkinks is, maar de reden van die trots ontgaat me nog steeds. Mijn oma deed nogal geheimzinnig over haar afkomst. Inmiddels schrijven we het jaar 2009 en ik ben me sinds kort op Geneanet gaan bezighouden met de stamboom van mijn oma Luiken. Zij was een dochter van Johanna Christiena Knikkink, die weer een kleindochter was van Johannes Franciscus Knickinck, doctor medecine in Groenlo, niet te verwarren met Knickinck, de Wonderdokter, maar daarover later meer.
 

Wel vertelt oma soms over oude gebuiken in haar kindertijd. Zo schijnt het rond Pasen gebruikelijk geweest te zijn om met veel mensen op de Maliebaan te gaan “eitje tikken”. Dat zou een bijzondere festiviteit zijn. Ik heb opgezocht in de “Kroniek van Groenlo” hoe dit ritueel van “eitje tikken” in elkaar stak, maar niets gevonden.

In 1900 wordt het oudste dochtertje geboren, Annie. Het kindje is ziekelijk. Ze wordt in het voorjaar van 1904 bij haar grootouders in Oldemarkt ondergebracht, in de hoop dat “de andere lucht” haar goed zal doen. Het kindje overlijdt echter in het najaar van dat jaar en wordt ook in Oldemarkt begraven. In 1901 komt Marie ter wereld. Ze zal later trouwen met Herman Beerten uit Zieuwent.

Topografische kaart uit 1783, waarop al veel volkstuintjes te zien zijn.  bron: Atlas Groenlo, Drs.J.v.d.Pluym.

Op 22 september 1902 wordt mijn vader Jan Luiken geboren in het huis in de Notenboomstraat, waar hij bijna 60 jaar van zijn leven zal blijven wonen, en als voorlopige hekkensluiter, komt in 1906 nog Harrie er bij, die, in de ogen van mijn vader, altijd het kleine broertje zal blijven, ook al is hij al ver in de tachtig. 
 

Na korte tijd gewerkt te hebben bij Schoenmakerij van Rooy treedt mijn opa Johannes in dienst bij de schoen- en lederfabriek Oosterholt-Wiegerink, in de volksmond “De Koem” genoemd. De werkdagen zijn lang en het inkomen gering. Om zijn gezin van groenten, aardappels en varkensvlees te kunnen voorzien, houdt Johannes er, zoals zoveel inwoners van de vesting, aan de overkant van de gracht , bij het Protestantse Kerkhof, een volkstuintje op na, op zijn Oldemarkts “de tuun” genoemd. Voor dag en dauw trekt hij, soms met de ” aletonne” op de kruiwagen, afgedekt met een oude juten zak, naar zijn tuin.

Aangezien de mensen 's morgens tegen een uur of zes al naar hun tuin gaan om die te bewerken menen de voormannen in de fabriek dat er 's morgens wel vroeger met de arbeid op de fabriek begonnen kan worden. Dit leidt tot algemeen verzet en veel arbeiders melden zich aan als lid van een werkliedenvereniging.

mijn grootvader Johannes Luiken

Dat opa Johannes  er tijdens de bezigheden op zijn "landje" niet op zijn chicst uitziet blijkt uit het feit dat hij op een dag door de veldwachter gearresteerd wordt. Ze zien hem aan voor landloper. Nu is dat niet zo verwonderlijk, want rond de eeuwwisseling is er voortdurend onrust door rondtrekkend volk in de diverse cafés in de stad.

 

Logement Muis in de Notenboomstraat kan er van meepraten! Onder invloed van veel drank worden de messen snel getrokken.

De leiding van de fabriek merkt op dat er veel werkmensen al vroeg in de morgen naar hun tuin gaan en een van de voorwerkers heeft het idee dat de mensen dus ook wel wat vroeger aan de slag kunnen op de fabriek. Johannes, die inmiddels lid geworden is van de R.K. Werkliedenvereniging, komt in protest. De directie geeft  te kennen het niet op prijs te stellen dat de werklui op de fabriek lid zijn van een vakbond. Principieel als hij is neemt Johannes ontslag en begint zijn eigen schoenmakerij aan huis, Dit wordt mogelijk gemaakt doordat zijn oude baas van Rooy hem het benodigde gereedschap verschaft als een soort van startkapitaal.

 de overburen

 

Notenboomstraat omstreeks 1900. Rechts huis en magazijn van Fischer. Daarnaast richting Markt net niet te zien het geboortehuis van Jan Luiken, vervolgens Westhof. Overkant eerste huis is van ten Dijke, in het tweede woonde Tonnie Hoebe, daarnaast Bet van Karel met haar man Herman Oldenkotte. Vooruit steekt het wijd en zijd befaamde en beruchte logement van Muis, waar veel schooiersvolk zich aan drank te buiten ging en het mes een woordje mee liet spreken. Slecht te zien is de veldkeienbestrating. Die keien worden vervangen door klinkers in 1908. reclameborden VAN HOUTENS CACAO EN SUNLIGHTZEEP

De confessionele zuilen zijn rond de eeuwwisseling nog strikt gescheiden. Katholieken hebben geen overheidsbanen. Als mijn grootvader eens aan de balie van het postkantoor verschijnt zegt de dienstdoende ambtenaar: “en wat moet jij?”. Johannes antwoordt:” IK moet niets, maar JIJ moet mij 4 postzegels van 2 cents verkopen en dat MOET JIJ!”. Dit zijn maar enkele van de vele verhalen die illustreren dat mijn grootvader op zijn minst een markante persoonlijkheid bezat.     
 

En dan nu de geschiedenis van mijn vader Jan. De verhalen over zijn jongensjaren spelen zich hoofdzakelijk buitenshuis af, maar soms schiet hem op zijn oude dag spontaan iets te binnen: hij vertelt dat hij zijn vader voor zich ziet die het wafelijzer in het vuur houdt om de “knieperkes” voor Nieuwjaar te bakken.

Hij herinnert zich echter veel over de straat, de mensen die er wonen, de kinderen waar hij mee speelt. Zo bestaat er een kinderspel dat op de wal gespeeld wordt, het zogenaamde klootsloan , een voorloper of pendant van het  hockeyspel. Dat klootsloan wordt gespeeld met een bal van lompen en de hockeysticks zijn stevige takken. 

links met jongen: huis Luiken, rechts: de "dikke Visser"voor zijn winkel 

 
 
P.S Het is vandaag 5 maart 2011 en ik zie dat het hoog tijd wordt dat ik deze site eens ga verversen. Ik ben moneteel veel te vinden op FACEBOOK en dat is zo verleidelijk dat ik mijn site wat verwaarloosd heb.

Jan gaat naar de Bewaarschool bij de Zusters van het Grote Gesticht en daarna naar de Leerschool in de Nieuwstad, aan de overkant, hoek Lievelderstraat- Nieuwstad, de zogenaamde “Stoepschole”. Mejuffrouw Doortje Waanders leert hem lezen en schrijven.  In het jaar dat Jan voor het eerst naar de Leerschool gaat, nadert de nieuwbouw van de Canisiusschool aan de Nieuwestraat, niet zo ver van zijn ouderlijk huis, zijn voltooiing. Jan zit in de tweede klas, als de leerlingen verhuizen naar het nieuwe schoolgebouw.

Markt en Notenboomstraat. Links pand Fischer met de reclameborden"Van Nelle". tegenover het pand van Luiken een dubbel woonhuis waar Houben, Oldenkotte, later ook van Emden woonden. Mina Jamin-van Emden is een groot deel van haar leven in onze straat blijven wonen iin het pand naast Milius (nu Devillers). Op 1 januari 1911 wordt enige feestelijke aandacht besteed aan de verhuizing van de Openbare School I van de Nieuwstad naar de nieuwe school aan de Nieuwestraat.
 
Er zitten dan 35 leerlingen in de tweede klas. De kinderen trekken gewapend met een vlaggetje naar de nieuwbouw waar hen een grote beker met cacao wacht. De onderwijzers op de nieuwe school zijn: meester Olde Essink (hoofd van de school en meester van de zesde klas), meester Wolters (eerste klas) juffrouw Waanders (tweede klas), meester Oltheten (derde klas), meester Marijnesen (vierde klas) en meester Leuvenkamp (vijfde). Deze laatste wordt later hoofd van de lagere school in Beltrum.
1914. Een bont gezelschap Grolse kinderen met op de achtergrond de wal van de Maliebaan. Meerderen spelen mondorgel en twee hebben een trommel (waaronder Harrie Luiken). Velen dragen een pet en enkelen een hoed. Bovenste rij vierde van rechts Jan Luiken. 

Meester Wolters woont aan de Lievelderstraat. Hij heeft daar in een voorkamertje een “bank”. Hij is de eerste kassier van de boerenleenbank.

Helemaal links boven met mondorgel Theetje Peer. Hij leunt met zijn hand op de schouder van Hendrik (Leeuwke) Haller. Naast Hendrik, met kaalgeshoren hoofd en een soort vrijgezellenstrikje om zijn kraag geknoopt, Bernhard Kaak. De jongen met de pet en matrozenbloes naast Bernhard is nog onbekend. Rechts daarvan, hoog tegen de wal, Jan Brandenborg. Daaronder Hugo Heijmans met charmant strohoedje. Daarnaast Hendrik (Bommetje) Haller. Boven Hendrik met vrijwel kaalgeschoren hoofd en kuifje Theodoor Wissink. Jongen met pet en fraaie matrozenbloes is Harry ter Boght. Jongen met twee tamme eksters op de schouders is mijn vader Jan Luiken. Naast Jan staat Bernard Deriksen en de iets grotere jongen die zijn hand op de schouder van Bernard  legt, is Antoon ter Bogt. Daarnaast, wat kleiner, met pet, is Herman Nijhof. Aan de rand van de foto, maar die is echt niet te herkennen.

Nu weer de tweede rij van links naar rechts. De jongen met het blonde haar is Jan Baks. Daarnaast met donkere pet en moindorgelAnton (Teuntje) ter Hoeven. Met lichte pet en mondorgel Arnold Berendsen. Met kaalgeschoren hoofdje en trommel is Harry Luiken. Met grote strohoed en trommel is David Heijmans. Met kortgeknipt haar en mondorgel: Willy Kaak. Met gevouwen armen Tone Berkemeyer. Jongetje waarvan alleen het hoofd te zien is: Jan Frank. Jongen met strohoed en handen in de zij is Jan Frank. Meisje links onder is Jo Berendsen. Jongen met klompjes en gevouwen armen Hendrik Berkemeyer. Jongen met licht overhemdje en lichte pet: Piet Legro. Dan onbekende jongen . Het meisje met de scheiding in het midden is Alie van der Meyden en daarnaast zit dan nog Dientje van der Einden met een hoedje op.

 

 

Op de nieuwe Openbare school aan de Nieuwestraat kan iedereen terecht: katholieken, joden en protestanten. Ook gaan er een paar ‘vrouwleu’ heen. De meeste meisjes trekken naar de Lievelderstraat, waar de Zusters van het Grote Gesticht de naam hebben goed onderwijs te geven.

 Jan Luiken met twee tamme eksters op zijn schouders

Als Jan naar de lagere school gaat komt hij altijd langs slager Dorus ten Brinke, tegenover Hotel De Pelikaan, Bij ten Brinke worden ’s Maandags wel20 varkens geslacht.

 
Deze zijn bestemd voor de export en gaan in Winterswijk de grens over naar Duitsland. Deze varkens werden op een platte wagen gelegd en met 1pk (ofwel het paard) geëxporteerd naar Duitsland. In Oeding , net over de grens worden de geslachte varkens afgeleverd. In deze lagere school periode ontwikkelt zich zijn slagersroeping.

 Notenboomstraat met schilders Abbink

 
 
In 1914 wordt er in de schuur van Wallerbosch aan de Notenboomstraat een gymnastiekclub opgericht, samen met o.a. Eduard Groot Antink, Harrie Wallerbos, Hendrik van der Meyden (vader van Henk, de roddeljournalist en nu theatermaker Henk), Willie Platter en vele anderen. Even  terzijde: vele jaren later geeft Jan, hij is dan al ver in de tachtig, een lezing over “huis slachten”  in zorgcentrum De Molenberg.

een ambitieus kind

Alle toehoorders kent hij nog met hun meisjes- of jongensnaam. Er is een harmonicaspeler die af en toe een mooi ouderwets deuntje speelt en tegen het eind van de lezing ruiken we al de heerlijke geuren van “Blootkloete” en “Balkenbri’j”
 
Op het moment dat Jan de lagere school verlaat vertrekt ook meester Oude Essink naar de Franse school (voorloper van de MULO) aan de Gasthuisstraat) . Meester van Beurden stapt daar op omdat hij geen orde in de klas kan houden, wordt verteld. Hij werd eens door een paar bengels van jonges opgesloten in het kolenhok, dat vlak bij het lokaal staat. Die school was aanvankelijk bedoeld als openbare lagere school.

 knechtje bij slager Ravesloot in Lichtenvoorde

Het zou een school met vier lokalen moeten worden, maar het blijft bij een nederig stulpje van één lokaal
 
met een bakbeest van een hoofdenwoning er voor (thans VVV en StadsMuseum).  gaat Jan naar de Franse school. Hij maakt de school echter niet af vanwege zijn slagersroeping. “Hij heeft genoeg letters gevreten”  is zijn stellige mening. (dat letters eten is een joodse uitdrukking. Joodse “mammes”, die het erg belangrijk vonden dat hun kinderen goed leerden lezen, bakten zoete koekjes in de vorm van letters). 

 jeugdfoto gemaakt door Jo Hubers

 
 

Hij gaat op zoek naar de leraren die hem verder kunnen helpen op weg naar zijn doel: zelfstandig ondernemer worden.

Hij begint als slagersleerling bij ten Brinke, werkt vervolgens bij slager Arie Ravesloot in Lichtenvoorde en slager Nales in Groenlo en in de Eerste Wereldoorlog is hij werkzaam op de Exportslachterij van de gebroeders Heijmans, waar David, Meyer en Josef de firmanten zijn. Hij maakt daar onder andere “Eenheidsworsten” voor de HEMA.

 de gebroeders Luiken

Met Israël Mendels , zijn leermeester in de handel gaat hij mee naar de veemarkten in de omgeving. Van 1917 tot 1924 is hij slager bij Jan Nales in de Beltrumsestraat, waar nu HANS textiel is gevestigd. 

In 1918 wordt er in het gezin Luiken nog een nakomertje geboren, Annie, waarover later meer. (in deel III)

 
In 1924 begint Jan, samen met zijn broer Harrie, een slagerij in een gedeelte van de schoenmakerij van zijn vader. Mimie Lageschaar komt samen met haar collega Dina Rensing ( op de Rotterdamsche Bank van Fornier aan de Markt)  de nieuwe zaak bekijken en Dina zegt: “Jan ie mag de manden wal boeten zetten, anders kunt de klanten het gat neet keren”. Na enige tijd komt er een knecht, Herman Beerten uit Zieuwent. Deze krijgt kennis aan zus Marie.

 Herman Beerten en Jan en Harrie Luiken komen de stad binnen over de brug Eibergseweg met Paaskoeien

In 1923 verkondigt Deken Brom vanaf de preekstoel dat minderjarigen onder de achttien jaar niet naar dansles mogen.
 

Mimi trotseert dit verbod en gaat naar dansles. Hier krijgt ze kennis aan Jan Luiken. Welke dansen daar aangeleerd worden weet ik niet precies. In ieder geval de Wals, de Spaanse Wals, de Duitse Polka, de Mazurka  en de Valeta.  Wel heb ik mijn vader meerdere malen horen vertellen dat van kerkelijke zijde de tango een zedeloze dans genoemd wordt.  

De foto hiernaast is genomen voor het Gemeentehuis, met van links naar rechts Gradeke Huiskes, Mimie Lageschaar, Jan Luiken, Gerarda ter Bogt en Joan Colette (kiunstschilder die in de R.K.-Calixtus kerk werkzaam is) 

 verkeringstijd: kermis 1924

 
 

In 1928 wordt de zaak geheel gemoderniseerd.

Het is in dat jaar dat de terrazzovloeren in de winkel en de lange gang gelegd worden door de firma Monasso.

In de etalage zie ik fraai versierde taarten,  ze zien er uit als suikerwerk maar er zullen ongetwijfeld vleesproducten in verwerkt zijn, verder bloemenmanden, rechts tegen de wand een spiegel. Achter in de zaak een Diploma en er hangen bouten aan vleeshaken. Ik zie nog geen koelcel. Die is kennelijk later gekomen.

Twee jaar later begint Harrie voor zichzelf aan de Lepelstraat en Jan trouwt met Mimi Lageschaar.

 

 1928 moderne slagerij

 
  

 

 

woensdag 18 juli 2007

 

VOOR VANDAAG EEN MOOIE IMPRESSIE VAN DE FLAMINGO'S IN HET VEEN BIJ ZWILLBROCK NIET VER VAN MIJN GEBOORTEPLAATSJE GROENLO OF GROL, VLAK OVER DE DUITSE GRENS. 

GEMAAKT DOOR DE WDR:

 

 http://nl.youtube.com/watch?v=iuWfVbMYTcI

Ansluiken.nl © 2006-2007 All rights reserved 
Ansluiken.nl is powered by
Streekgids.nl